Tandheelkundig lexicon vaktermen E
Begrippen van Eckzahn tot Extraorales Implantat
Eckzahn (hoektand), staan als hoekpijlers van de tandboog ongeveer ter hoogte van de mondhoek.
Zähne
Ekzem (eczeem), oppervlakkige huidveranderingen, aandoeningen van de opperhuid
Embolie (embolie), afsluiting van een bloedvat door deeltjes die met de bloedstroom worden meegevoerd.
Enossales Implantat (endossaal implantaat), implantaat dat binnen het kaakbot ligt.
Extensionsbrücke (extensiebrug), vrij eindigende brug, brug die slechts aan één zijde wordt bevestigd.
Extensionsimplantat (extensie-implantaat), implantaat dat niet de vorm van een schroef, een stift of een cilinder heeft, maar een niet-rotatiesymmetrische uitbreiding.
Extraktion (extractie), het verwijderen van tanden en wortels.
Extraorales Implantat (extraoraal implantaat), endossaal implantaat buiten de mond voor de verankering van epithesen. Epithese: individueel gemodelleerd vervangingsstuk van kunststof ter bedekking van oppervlaktedefecten, in het bijzonder in het gezicht; bestaat meestal uit een starre en een blijvend zachte laag.