Tandheelkundig lexicon vaktermen L
Begrippen van Lachlinie tot Lokalanästhesie
Labial (labiaal), de term komt uit het Latijn (labia = de lip). Labiaal is in de tandheelkunde een ruimtelijk oriënterende aanduiding en betekent: naar de lip toe.
Lachlinie (lachlijn), verloop van de bovenlipsrand bij het lachen.
Läsion (laesie), Een stoornis of beschadiging. Is bijvoorbeeld een tand door cariës aangetast, dan noemt men de aangetaste plek een carieuze laesie
Laserbehandlung (laserbehandeling), de laser wordt in de tandheelkunde vooral bij de behandeling van het tandvlees ingezet. Aandoeningen van het tandvlees komen bij veel patiënten voor en leiden vaker tot tandverlies dan cariës. Conventionele behandelmaatregelen zijn voor patiënten echter vaak tamelijk belastend en met pijn verbonden.
Zahnfleisch
Karies
Lokalanästhesie (plaatselijke verdoving), uitschakeling van de pijngewaarwording op de te behandelen plaats, de patiënt behoudt het bewustzijn.
Lückengebiß (gebit met tandeloze ruimten), aanduiding voor een natuurlijk gebit waarbij een of meer tanden ontbreken.