Tandheelkundig lexicon vaktermen Z
Begrippen van Zahnersatz tot Zyste
Zahnersatz (tandvervanging), vervanging voor verloren tanden; open ruimtes worden met kunstmatige kronen, bruggen of protheses weer gesloten.
Zahnextraktion (tandextractie), het verwijderen van een tand
Zahnfleisch (tandvlees), bedekt het kaakbot en omsluit de tandhals.
Zahnhals (tandhals), de tandhals verbindt de kroon met de tandwortel en wordt door het tandvlees omsloten.
Zahnkrone (kroon), zichtbaar, in de mondholte uitstekend deel van de tand.
Zahnpflege (gebitsverzorging), cariës ontstaat door zuren die het tandglazuur aantasten en een gaatje doen ontstaan. Deze zuren vormen zich wanneer bacteriën in de mond etensresten „verteren“. Vooral suiker dient als bindmiddel waardoor de bacteriën zich aan de tanden hechten. Samen met voedselresten en bestanddelen van het speeksel vormt zich de zogenoemde tandplak (plaque). In en onder de plaque vindt hoofdzakelijk de zuurvorming plaats. Om tandbederf (cariës) te voorkomen is regelmatige, grondige gebitsverzorging noodzakelijk. Er zijn verschillende mogelijkheden om tandplak te verwijderen: tandenborstel/tandpasta, ragers, monddouche, tandzijde, gebitsverzorgende kauwgom en daarnaast een- tot tweemaal per jaar een professionele prophylaxebehandeling bij de tandarts.
Zahnschmelz (tandglazuur), bovenste laag van de kroon
Zahnstein (tandsteen), afzettingen op de tanden. Hij bevordert de aandoening van het tandvleesweefsel. Het verwijderen ervan is daarom een belangrijke maatregel ter voorkoming en behandeling van ontstekingen van het tandvlees.
Parodontose
Zahnwurzel (tandwortel), niet-zichtbaar deel van de tand dat in de tandkas van het kaakbot is verankerd.
Kieferknochens
Zähne (tanden), de tand is samengesteld uit kroon en tandwortel. Beide worden door de tandhals verbonden. De kroon steekt uit het tandvlees en vormt samen met de andere kronen het gebit. Zij bestaat uit tandbeen en is met tandglazuur overtrokken. De overgang van de kroon in de tandwortel wordt door de tandhals gevormd. Hij is door het tandvlees omgeven. De in het kaakbot liggende tandwortel bestaat uit tandbeen en cement. Elke tand heeft een tandholte (pulpaholte); zij bevat het gelei-achtige tandmerg (pulpa). Door een opening aan de punt van de wortel treden zenuwen en bloedvaten het tandmerg binnen; zij zorgen voor de voeding van de tand.
Zyste (cyste), een cyste is een door een epitheel (vliesje) met een dun omhulsel van week weefsel beklede afgesloten holte in het weefsel, die met een vloeistof (bijv. weefselvocht, bloed of pus) is gevuld.